Het Clubrecord Reglement
De ClubRecordCommissie van AV Wijchen bestaat momenteel (augustus 2010) uit: Ed Kerckhoffs en Vincent de Jong
Clubrecord Reglement:
- Onderstaande punten van het Clubrecord
Reglement komen voort uit het officiële Wedstrijdreglement 2010-2011 van de Atletiek
Unie in Hoofdstuk 5 Wedstrijdtechnische regels in Afdeling X Records in
Artikel 260 tot en met 269 (later te noemen het WR) dat grotendeels is afgeleid
van de desbetreffende regels, zoals die zijn vastgesteld door de International
Amateur Athletic Federation (IAAF) en zoals deze zijn verwoord in het
handboek van deze federatie.
- Een clubrecord kan worden toegekend
aan een onderdeel, indien het onderdeel voldoet aan de criteria zoals vermeld
in Bijlage 1 van het WR, het zogenaamde Aanbevolen Wedstrijdprogramma (WR
2010-2011). Hier staan voor baan-, indoor-, weg- en veldloopwedstrijden de door
de Atletiek Unie aanbevolen onderdelen vastgelegd voor de diverse
leeftijdsgroepen voor zowel mannen als vrouwen.
- De clubrecords worden in 3
categorieën ingedeeld:
1. Wedstrijden op de baan of op de weg, de zogenaamde OUTDOOR records.
2. Wedstrijden op een indoor atletiekbaan of in een zaal, de zogenaamde INDOOR records.
3. Wedstrijden op de atletiekbaan van AV Wijchen, de zogenaamde BAAN records. - Voor outdoorwedstrijden geldt dat de onderdelen gehouden moeten worden op
een 400 m
outdoor atletiekbaan.
- Voor wegwedstrijden geldt dat deze gehouden moeten worden op gebaande
wegen, fietspaden en voetpaden. Niet op een zachte ondergrond, zoals over gras.
De start en de finish mogen op een atletiekbaan of op een zachte ondergrond
plaatsvinden. (Artikel 240 lid 2)
- Voor indoorwedstrijden geldt dat de onderdelen gehouden moeten worden op
een 200 m
indoor atletiekbaan of in een zaal.
- Voor wegwedstrijden geldt dat de kortste afstand voor een clubrecord
tijdens een weg- of veldloopwedstrijd 10 km is. Alle andere officiële afstanden zijn 15 km, 10 EM, 20 km, halve marathon, 25 km, 30 km, hele marathon (42,195 km), 100 km en estafettes op de
weg. Het maakt niet uit wat voor een soort wedstrijd is, of op welke
ondergrond; dus 15 km
is 15 km!
- De clubrecords worden gesplitst in
de leeftijdsgroepen volgens het WR in
artikel 141 (senioren, masters en junioren AB), artikel 302 lid 3 (masters),
artikel 320 lid 2 ( junioren CD) en artikel 340 lid 2 (pupillen).
- Als een record behaald wordt in een
hogere leeftijdsgroep, dan wordt dit erkend voor zowel de hogere leeftijdsgroep
als de eigen leeftijdsgroep. Dit komt alleen voor bij: D junioren bij C
junioren, C junioren bij B junioren, B junioren bij A junioren en A of B
junioren bij Senioren.
- Een clubrecord wordt officieus
erkend als aangetoond kan worden, dat de prestatie beter is dan het bestaande
record of als het een evenaring van een bestaand record is van een andere
atleet.
- Een clubrecord wordt erkend als de
prestatie op een officiële baan- of wegwedstrijd behaald is en op de
clubkampioenschappen van AV Wijchen.
- Een record wordt pas officieel
erkend op het moment dat de erkenning als zodanig officieel is gepubliceerd,
dus als er een officiële schriftelijke of digitale uitslag aanwezig is van de
wedstrijd van het wedstrijdsecretariaat van de organiserende vereniging.
- De (uit)wedstrijdsecretaris stuurt de
wedstrijduitslagen zo snel mogelijk door naar de ClubRecordCommissie. Deze
uitslagen mogen ook gedownload worden van de officiële website van de
organiserende vereniging.
- De uitslagen worden gecontroleerd door
de ClubRecordCommissie en als er een record is, dan wordt dit in het clubrecord
bestand aangepast en wordt de uitslagenlijst bewaard voor controle en
correcties achteraf. Tevens zal het clubrecord gepubliceerd worden op de
website van AV Wijchen onder de rubriek Records door de ClubRecordCommissie.
- De clubrecords worden zo spoedig
mogelijk na elke wedstrijd bijgewerkt en daarmee wordt tijdens het seizoen een
redelijk actuele stand van de geldende records gepresenteerd op de website.
- De clubrecords worden minimaal 2
keer per jaar op papier gepubliceerd in het clubhuis van AV Wijchen; in ieder
geval na elk seizoen te weten in november (outdoor en baan records) en in april
(indoor records).
- Voor alle afstanden tot en met 400m
wordt er een verschil gemaakt tussen de handgeklokte tijden en de elektronische
tijden; boven 400m niet meer. (gebaseerd op de uitgave Formules en Constanten,
Atletiek Unie, 9de uitgave, januari 2004)
- Het verschil tussen de handtijd en de
elektronische tijd tot 400m (inclusief de hordeonderdelen over die afstanden en
de estafettes tot en met 4 x 80
m) moet er 0,24 sec bij de handtijd opgeteld worden, om
een vergelijking met de elektronische tijd te kunnen maken. Dit zijn die
looponderdelen, waarbij de start niet op dezelfde plaats is als de finish.
Bijvoorbeeld handtijd 11.2 sec op een 100 meter moet worden 11.44 sec.
- Op de 400m (als start bij de finish
is), de 400 m
horden en de 4 x 100 m
estafette moet er 0,14 sec bij de handtijd opgeteld worden, om een vergelijking
met de elektronische tijd te kunnen maken. Dit zijn die looponderdelen, waarbij
de start op dezelfde plaats is als de finish. Bijvoorbeeld handtijd 49.1 sec op
een 400 meter
moet worden 49.24 sec.
- Voor alle andere looponderdelen (dus
boven de 400 m)
is er geen correctie van de handtijden meer nodig.
- De handtijden worden gegeven in
tienden van seconden, bijvoorbeeld 10,1 sec; de elektronische tijden worden
gegeven in honderdsten van seconden, bijvoorbeeld 10,10 sec.
- Als het verschil tussen handtijd en
elektronische tijd op afstanden tot 400m kleiner is dan 0,24 seconden of bij de
400m kleiner is dan 0,14 seconden, dan worden zowel de handtijd als de elektronische
tijd opgenomen als clubrecord. Is de handtijd en de elektronische tijd gelijk,
dan verdwijnt de handtijd van de lijst met clubrecords.
- Rugwindvoordeel komt voor en dus
windmeting vindt plaats bij de korte loopnummers (sprint en horden tot 200 m) en de horizontale
springnummers (verspringen en hink-stap-springen). (Artikel 163 lid 8, artikel
184 lid 4 en artikel 321 lid 2).
- Rugwind: Voor alle records op de
loopnummers tot 200 m
en op de horizontale springnummers mag de gemiddelde en gemeten rugwind niet
meer dan + 2.0 m/s bedragen om als record aangemerkt te kunnen worden. (Artikel
260 lid 22.d en artikel 260 lid 26.b). Indien er met een teveel aan rugwind van
meer dan +2,0 m/sec, een nieuw record (nog niet eerder gelopen) of een snellere
tijd gelopen wordt, dan wordt dit wel opgenomen als clubrecord met vermelding
van de rugwind. Echter de (elektronische) tijd met toegestane wind is het enige
echte clubrecord.
- De ClubRecordCommissie kan en mag afwijken van bovenstaande regels.
Updated: 26-08-2010